ADVERTENTIE

Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze binnenkort in Metro

Jury stemmen
  • Mijn kapster en ik.


    Al jaren ga ik één keer per kwartaal naar niet de beste buurt in de dichtstbijzijnde grote stad, voor een bezoek aan mijn kapster. Een schat van een Surinaams moedertje in een kapsalon waar in al die tijd niet veel is veranderd. Nog steeds hetzelfde systeemplafond wat op instorten staat, de eeuwige vochtplekken tussen de muur en de erop geschroefde doorzichtige plastic panelen en zo op het oog nog steeds dezelfde met kralen belegde bezem, om de afgeknipte krullenberg in de bekende hoek te vegen.

    Twee klanten en vijftien man die er gewoon 'hangen', in een rappe combinatie van Spaans, Engels, Papiaments en Nederlands de wereldproblematiek en de laatste dancehallfeesten bespreken, en dit alles uiteraard ondergedompeld in de tonen van salsa, merengue, reggaeton en sweet soul music, komend uit speakertjes die bungelen aan de muren en het inmiddels bekende plafond. De stapel Ebony tijdschriften ligt verankerd bij het raam, de posters met kapsels en modellen zijn hopeloos verouderd, of de MC Hammerlook moet buiten mijn weten weer hip zijn, en met alle snoeren die overal en nergens vandaan komen en bevestigd zijn aan overduidelijk gedateerd kappersgereedschap is het niet de vraag of, maar wanneer je die elektroshock kunt verwachten op je krullenbol.
    Wat wèl nieuw is, is een klein verlicht warmhoudkastje op de balie met daarin een aantal Antilliaanse kroketten, zoals op het bordje te lezen valt, voor het geval de 220 volts executie het laat afweten. Tenminste, zo zien ze eruit.
    Achter het kralengordijn is het hinkstapspringen over de dozen met haarproducten om, als je geluk hebt,op tijd het toilet te bereiken. Tussen het wassen, knippen, krullen en vlechtjes zetten door wordt er ruim de tijd genomen om eigen social media bij te werken, nieuwe danspasjes uit te wisselen en een ander muziekje op te zetten, of om even naar de toko op de hoek te lopen voor een andere exotische lekkernij dan het eigen kroketje.
    Het is een andere wereld dan mijn eigen omgeving, slechts dertig kilometer verderop, maar om hier vier keer per jaar te komen is toch telkens weer een feest, en het voelt als een warm bad. Als ik niet naar het druilweer buiten zou kijken, waan ik me gewoon op een heerlijke vakantie.
    Mijn small big mama, ik ben een beetje van haar gaan houden door de jaren heen.
    Ik besluit, en ga voor de kroket.
    "Dat is goed, me boy"