Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze binnenkort in Metro

Jury stemmen
  • Olympische dromen

    Al zolang ik me kan herinneren droom ik over de Olympische Spelen. Toen ik nog jong was wilde ik niets liever dan meedoen, maar inmiddels is die droom al lange tijd verlopen. Ik wil er nu vooral gewoon bij zijn.

    En over twee weken komt deze droom eindelijk uit. Dan zit ik samen met mijn gezin bij een atletiekwedstrijd in het Olympisch Stadion in Londen.

    Helaas is het bitterzoet.
    Mijn Olympische droom is altijd verbonden geweest met de liefde voor mijn sporten; softbal en haar grotere broer honkbal.

    Maar in 2012 in Londen zijn ze er niet.
    Er worden geen slagballen gegooid, geen slidings gemaakt, geen homeruns geslagen.
    Helemaal niets.

    Het Olympisch Comité heeft besloten dat deze mooie sporten na Beijing niet meer thuishoren op de Spelen. Er schijnen een heleboel verschillende redenen voor te zijn, die ik hier wel wil opsommen en weerleggen, maar dat heeft weinig zin. De beslissing is genomen; honk- en softbal komen op zijn vroegst in 2020 weer terug op de Spelen. Bovendien zou ik dan afdoen aan andere sporten. En ik weet hoezeer iedereen uitkijkt naar de moderne vijfkamp, of naar het Grieks-Romeins worstelen.

    Dus dat ga ik niet doen.

    Maar goed, ik ben er dus bij. Op drie augustus om precies te zijn, om zeven uur ’s avonds. Ik weet dat mijn zoontjes van zeven en drie hun ogen uit zullen kijken. Ik hoop dat de Spelen hen ook zullen inspireren. Dat ze hun eigen dromen gaan volgen. De oudste droomt nu van het bouwen van een zeilboot, de jongste wil graag voetballer bij Ajax worden.

    Maar zolang hun dromen nog niet zijn uitgekomen, droom ik zelf nog even lekker verder.

    Het is zomer 2028. De zon schijnt. Ik stap op mijn fiets naar het Pim Mullierstadion in Haarlem, naar het Piratesveld in Amsterdam, of naar het nog te bouwen stadion in Hoofddorp. Ik parkeer mijn fiets en laat mijn kaartje zien. Ik ga zitten op één van de oranje stoeltjes en kijk naar het veld. Daar staan de Olympische ringen, kleurig gespoten in het gras achter de thuisplaat. In de verte staan twee mannen, mijn mannen, in hun Nederlandse honkbalpak. Ze nemen hun oranje petten af en zwaaien naar me.

    Soms komen dromen uit, al is het maar een beetje.