Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze binnenkort in Metro

Jury stemmen
  • Hypospadie

    Sinds anderhalf jaar heb ik een italiaanse vriendin. Een schat van een vrouw. Latijnen zijn notoir promiscue. Zij heeft mij met het fenomeen Rocco geconfronteerd. Gevierd en gevreesd leeft hij het carpe diem optima forma. Met zijn prachtige welschapen lid kan hij leven zoals elke man zich de hemel voorstelt.
    Welbeschouwd is een man één brok overbodigheid, een zak zaad en een piemel. Een omwille van de chromosomale variatie noodzakelijk vat genetische informatie met een tuitje er aan. Een “tuitje”? Dit prachtige kunstwerk? Die krachtdadige koene cilindrische vorm met die stralende donkerrode noeste knop? Deze hormonale sublimatie met zijn levenschenkende boodschap? Bestaat er een mooier orgaan dan een penis in erectie?
    Ik ben geboren met een hypospadie. Om een enigzins goed functionerende urinebuis te creëeren, heeft men kort naar mijn geboorte een plastisch wondertje verricht. Benevens redelijk urineren zou ik er mijn bestaansrecht mee herwinnen en zelfs de rol van vreugdebrenger moeten kunnen vervullen. Zo is ook gebleken. Maar het houdt niet over. Een strakke straal heb ik nooit gehad - de gemiddelde bejaarde zou vol goede moed met mij een wedstrijdje ver plassen aangaan - , nageslacht heb ik niet en zijn corpulent gedrongen gestalte met onderdanig knikkende kop doet een beroep op de sexuele fantasie van mijn partner. Toch is hij m’n allerbeste maatje.
    Afgelopen herfst kreeg ik last van een hardnekkige blaasontsteking. Hoogst ongebruikelijk bij mannen. Waarschijnlijke reden? Een te nauwe urethra. Een potentieel kwalijk residu zou in mijn blaas achterblijven. Vijftig jaar na dato, opnieuw opereren. Dit maal zou met wangslijmvlies een nieuwe plasbuis worden gemaakt en deze zou tot in de kop worden doorgetrokken! Werkelijk? Kan dat? Na de operatie kwam de urologe nog even naar me toe. Ze had veel meer wangslijmvlies moeten gebruiken dan verwacht. Toen ze het oude lidtekenweefsel had door gesneden, ontrolde zich mijn vriend. Had hij zich eerder nooit in zijn volle omvang kunnen tonen? Zou dat nu allemaal anders worden? Zo kritisch als iemand die geilend op een Maserati bij de dealer komt, liet ik me alles aanpraten.
    Nu - drie weken na de operatie - ben ik een ervaring rijker maar een illusie armer. Een fistel als een gapende wond zal me voor altijd herinneren aan de hovaardigeid waarmee ik met mijn vriend - het orgaan dat mijn bestaansrecht definieert - ben omgegaan. En wat Rocco betreft... Hij zou me niet eens een rol als souffleur geven.