ADVERTENTIE

Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze binnenkort in Metro

Jury stemmen
  • Geen broodfonds voor Johnny!

    In de Tour van 2011 werd wielrenner Johnny Hoogerland door een tourauto het prikkeldraad ingereden. Met vreselijke verwondingen reed Johnny de Tour uit. Hij was eensklaps onze nationale knuffelheld en werd bij elk criteria als een circusattractie in landauer of Amerikaanse slee voor het uitzinnige publiek rondgereden. Even een jaartje cashen, dacht de renner. Dan weer back-to-normal.
    Ondertussen wilde zijn advocaat de medische kosten bij de Tourdirectie lospeuteren. Tourbaas Christian Prudhomme, oud-renner en getrouwd met een hele mooie rondemiss, is een goed katholiek en heeft vijfenveertig keer naar het lijdensverhaal geluister. Hij weet een zeer geloofwaardige Pontius Pilatus neer te zetten: naar beneden kijken, handen in onschuld wassen, en onverstaanbaar zachtjes brabbelen dat voor dit soort zaken geen potje is. De echte Pilatus zou trots op hem zijn voor deze vertoning. Vijftig jaar eerder kon een Wateringse pastoor ook een goede Pontius spelen. Mijn vader had plotseling zijn vrouw verloren en bleef op achtenveertigjarige leeftijd met twaalf kinderen achter. Hij was gelovig, te goedgelovig. In wanhoop ging hij naar de pastoor en vertelde zijn verhaal. “Ik kan niet werken en voor mijn kinderen tegelijk zorgen. Als ik werk, zorg ik niet voor mijn kinderen en als ik voor mijn kroost kies, heb ik geen geld ” legde hij uit. De pastoor keek zuinig en knikte. “Dit is erg. Ik bespreek uw geval in het kerkbestuur. Komt u volgende week terug.”
    Een week later maakte mijn vader wederom de martelgang naar de pastorie. (Alleen voor huisbezoek ging de pastoor naar de parochianen.) “We hebben de kwestie besproken, maar kunnen helaas niets doen. We hebben geen potje voor dit soort calamiteiten” zei hij met vroom gezicht.
    Mijn vader vervolgde zijn lijdensweg naar de wethouder van sociale zaken. Deze wethouder was lid van de KVP. In Wateringen had deze partij een absolute meerderheid. Hun wil was wet. Wederom mocht mijn pa na een week de tweede fase van zijn kruisweg afleggen. De wethouder verklaarde, dat er geen potje beschikbaar is voor dit soort buitenissige zaken. Beter mijn vader had kunnen sterven, want dan had mijn ma een uitkering gekregen. Het laatste beetje vertrouwen in de mensheid was uit mijn vaders lichaam verdwenen. Doodongelukkig vertelde hij zijn kinderen, dat we het zelf moesten opknappen. Om toerbeurt hebben mijn zussen twee jaar – zonder vergoeding – voor het huishouden gezorgd.
    Johnny, tel je zegeningen en concentreer je op het wielrennen.
    Een Pontius Pilatus vindt nooit een oplossing.