Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze binnenkort in Metro

Jury stemmen
  • Winkelwagentje

    Twee hangouderen zitten in een supermarkt achter een kopje koffie. Ze zijn in een heftig gesprek verwikkeld aan hun gebaren te zien. Beiden gezichten geboetseerd door ervaringen spreken boekdelen.‘Wil je nog koffie Max’, vraagt de magere man. ‘Ja.. doe nog maar een rondje, lekker, dat gaat er altijd wel in’. Zijn wat langer zilverwit haar hangt als leeuwenmanen gedrapeerd langs zijn hoofd, schud van links naar rechts en kijkt weemoedig voor zich uit. Frits, een lange slanke man, een beetje kalend en een klein sikje. Zijn enigszins toegeknepen twinkelende ogen kijken door een grote bril op uitdagende wijze de wereld in. ‘Mijn leven lijkt wel op een winkelwagentje’, mopperde Max, ‘ik heb heel wat afgewinkeld’. ‘Het was geen rondje supermarkt waar moederaarde haar vruchten voor mij netjes verpakt in de rekken had liggen’. ‘wat dat gekost heeft’! ‘Daar draait het in het leven om! Ja, ja.. je betaalt altijd de prijs’, onderbreekt Frits hem. ‘Zie je die mensen daar bij de lege flessen? Zouden ze ons later ook inleveren als een lege petfles’, mompelt Frits. ‘Nou, ik denk dat ze deze omhulsels niet meer opnieuw kunnen vullen’, zegt Max met een ironische glimlach op zijn gezicht. ‘Mensen staan liever niet stil bij wat het leven voor boodschap heeft, ook niet als hun fles bijna leeg is’. Frits reageerde enigszins gebeten’ jongeren van heden geven zich over aan een plat en oppervlakkig bestaan. Zo plat als een flatscreen, zonder enige diepgang, een computer vol virtueel schijnleven’. ‘Kijk daar! ‘Ze duwen hun winkelwagentje vooruit met een Tablet op de duwstang en laden het vol met fastfood. Hun gezichtsuitdrukking staat op; ‘laat mij mijn leven maar leven, bemoei je vooral niet met mij’. ‘Ze rekenen af met pinnen en voeren broekzakgesprekken terwijl ze shoppen’. Een caissière, nee dank u, daar kun je tegen praten. Het wordt even stil tussen de oudjes, een innerlijk staakt het vuren is afgekondigd. Maar niet voor lang, ze kijken beiden naar de mensen die haastig met hun wagentje voorbij komen, gejaagd als altijd.’ Vroeger ging het veel natuurlijker, nu is alles zo aangepraat’ morde Frits, terwijl hij een suikerzakje tot vliegtuig ombouwde. Ze kijken elkaar aan en Max pakt zijn wandelstok. ‘We zullen maar eens opstappen, het wordt tijd om een boterhammetje te gaan eten’. Zij aan zij lopen ze de winkel uit. ‘Tot morgen’, zegt Frits. ‘Het wordt nooit morgen’! Zegt Max, ‘het is altijd vandaag’.