Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze morgen in Metro

Jury stemmen
  • De oude vrouw en Joop Braakhekke

    Opeens zie ik haar aan de overkant. Heel klein, krom en strompelend. In de ene hand een grote portemonnee en in de andere een tas van de supermarkt waar ze net uit is gekomen. De tas is zwaar, veel te zwaar voor iemand van haar leeftijd. Ze krijgt nauwelijks de ene voet voor de andere. Ze spreekt 2 mensen aan maar na 5 seconden lopen die verder hun schouders ophalend. Na een paar aarzelende passen spreekt ze opnieuw iemand aan maar ook die loopt snel verder.
    Ik maak me zorgen om de oude vrouw. Gelukkig komt mijn lieffie net aangelopen en stapt naast me in de auto. Ze vraagt waar ik naar kijk en stopt een stuk vers warm knapperig stokbrood in haar mond. Ik wijs naar de oude vrouw aan de overkant die alweer stilstaat. “Volgens mij gaat dat niet goed zeg ik. Ik rij er even naar toe”. Mijn lieffie gebaart rij maar.
    Als ik naast de oude vrouw stop en vraag “heeft u assistentie nodig?” zet ze haar tas neer, kijkt naar me op met hele waterige licht blauwe oogjes en zegt “ja graag”. Ik vraag waar ze heen moet en dat blijkt Buitenhaege te zijn. Het bejaardenhuis ligt 150 meter verderop maar voor de vrouw moet dat 15 kilometer lijken. “Kent u Buitenhaege” vraagt ze mij. Ik knik en zeg, “dat is hier om de hoek. Zal ik u er even heen brengen. U een lift geven met de auto?” Ze kijkt me aan en ik denk die stapt nooit in de auto. Maar de oude vrouw knikt en zegt vermoeid ja graag. We helpen haar in de auto terwijl ze de portemonnee en boodschappentas stevig in haar oude knuistjes geklemd houd. Wij stappen ook weer in en rijden langzaam weg. “Ik heb nog geen brood” zegt de oude vrouw om direct te vervolgen, “Joop Braakhekke komt vandaag. Het is feest en alles is versierd met mooie ballonnen”. Ik kijk naar haar en vraag “gaat Joop voor u koken dan?” Ja, antwoord ze “maar ik moet niks van hem hebben hoor”. Ik zie in de spiegel mijn lief glimlachen.
    Als we de oprit van Buitenhaege opdraaien zie ik dat alles feestelijk met ballonnen versierd is. Er lopen chique koks heen en weer en een groep mensen is druk en vrolijk bezig met van alles en nog wat. Er is feest. Ik stop en lieffie en ik stappen uit. “Zal ik u even uit de auto helpen” vraag ik de oude vrouw. Ze knikt en helpt dapper mee nog steeds tas en knip stevig vastklemmend. Ze piept dat ze haar voet er niet uitkrijgt. Voorzichtig til ik ook haar voet uit de auto en dan staat ze buiten. “Je loopt toch nog wel met me mee naar binnen hè”. Ik knik en geef het kleine vogeltje een arm. Binnen kennen ze haar en op haar gemak schuifelt ze verder de hal in op weg met haar boodschapjes naar haar woninkje. Ze gaat zelf koken want van Joop Braakhekke moet ze toch niets hebben.