Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze morgen in Metro

Jury stemmen
  • HET GESPREK

    Er kwamen twee mannen het café binnen en gingen aan het tafeltje iets verder op van mij zitten. Zij raakten in gesprek en omdat het rustig was, kon ik hun conversatie goed volgen. De ene vroeg aan de ander: ‘En hoe is het nou afgelopen met Frans?’
    Zijn maat die net een bestelling had doorgegeven zei: ‘Ik ben toen met hem mee naar het ziekenhuis gegaan. Je weet hoe het met Frans gesteld is. Hij heeft kip noch kraai en omdat hij zich door de situatie zo rot voelde zocht hij steun.’
    De ander dronk nadenkend van zijn koffie en zei: ‘Ik weet er alles van. In de paar weken dat hij moest wachten op de uitslag van het onderzoek, was er geen land met hem te bezeilen.’
    ‘Nou ja,’ zei de ander, ‘het is ook niet niks als je een gezwel zo groot als een citroen in je lijf hebt. Maar zo als gezegd ben ik met hem mee gegaan, omdat hij niet alleen durfde. Als een ziek vogeltje zat hij in een gedoken naast mij in de wachtkamer. Het enige wat hij deed was zuchten en het zweet van zijn voorhoofd vegen met papieren zakdoekjes. De koffie die ik voor hem had gehaald dronk hij niet op. Hij was zo opgefokt dat elke keer, als de deur van de spreekkamer open ging en de specialist naar buiten kwam om een patiënt te roepen, hij van schrik met een ruk rechtop ging zitten. Eindelijk was hij aan de beurt. ‘En nou komt het,’ zei de man met een vrolijke grijns: ‘Niet veel later kwam Frans de spreekkamer weer uit. Hij was compleet veranderd. Zijn rug was recht en zijn gezicht was een en al glimlach, goedaardig had de dokter gezegd. We liepen het ziekenhuis uit het park in want Frans wilde de vogels horen fluiten. Na een korte wandeling namen we plaats op een bankje waar al een oude vrouw zat. Frans deed zijn ogen dicht en snoof hoorbaar de geuren van de natuur in zich op. Op eens keerde de vrouw zich naar Frans en zei dat hij haar aan haar zoon deed denken. Frans zei met een lach op zijn gezicht dat hij dat wel leuk vond en of ze hem de groeten wilde doen. De vrouw sloeg haar ogen neer en zei op bedroefde toon dat haar zoon nog maar pas geleden aan kanker was overleden…’