ADVERTENTIE

Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze binnenkort in Metro

Jury stemmen
  • Herinneringen aan Martin Bril

    Het is alweer drie jaar geleden. En toch, nog steeds, kan ik hem ineens missen.
    Hij was bijna de eerste die ik ‘sprak’ ’s morgens vroeg. Aan de ontbijttafel. In de krant.
    Als ik mijn wederhelft hoorde gniffelen wist ik het al: hij was weer leuk vandaag.
    Ik herinner me nog de ochtend dat manlief in alle vroegte terugliep de slaapkamer in.‘Heb je het al gehoord? Hij is dood…’ Ik wist direct over wie hij het had. Maar dood? Hoe kon dat nou? Natuurlijk was hij ziek. En ja, het was ernstig. Maar dood?
    Ik was er stil van.
    Na verloop van tijd wende ik eraan dat er nu eenmaal geen Bril meer in de ochtendkrant stond. Ik ging anderen lezen. Ook leuk. Maar geen Martin. Hij blijft mijn favoriet.
    En toen kwam zijn laatste boek uit. ‘Het evenwicht’.
    Ik kocht het en liet het een tijdje op de tafel liggen.
    Op de voorkant een foto van Bril, wandelend met zijn hond. Op de rug genomen. Alsof hij wegwandelde. Van mij. Van ons. Van het leven.
    Af en toe keek ik eens naar het boekje, maar ik liet het liggen.
    ‘Als ik dit boekje uit heb is er echt helemaal niks meer…’ wist ik.
    Maar wat is een boek als het niet gelezen wordt?
    Deze week nam ik het dus voor het eerst mee in de trein. Ouderwets ochtendritueel met Martin in de hoofdrol.
    De eerste bladzijden zijn als vanouds. Humoristisch, bijna luchtig geschreven. Al snel zit ik met een grijns op mijn gezicht. Halverwege het boek worden de rauwe momenten indringender. Intenser. Voor het eerst besef ik hoeveel pijn die man gehad moet hebben. In zijn columns was er niet veel van te merken, maar de persoonlijke mailtjes en krabbeltjes in dit boek vertellen meer. En dan die hoop. Hoop op genezing, op een fout van het systeem. Dat er op een goede dag gebeld zou worden: ‘Verkeerd dossier, meneer. Excuses! U leeft nog minstens 50 jaar!’
    Ik lees over ‘de trotse Belg die PCM heeft overgenomen’, zijn geliefde Parijs waar wij dezelfde hang hebben naar dezelfde straat.
    En dan stokt het lezen plotseling.
    Bladzijde 295, het eind in zicht.
    Nog ruim een week te gaan.
    Misschien laat ik dit laatste gedeelte wel ongelezen. Zo heb ik altijd een beetje het idee dat er nog ergens een stukje nieuwe Bril is.
    Ongelezen. Nog lang niet dood.
    Tja.