Schrijf jouw beste column en wie weet staat deze morgen in Metro

Jury stemmen
  • Nooit vergeten

    'Tijdens de oorlog zaten de Duitsers daar.' De man naast mij in de wachtkamer van de huisarts knikt in de richting van het raam. Ik volg zijn gebaar en bekijk het majestueuze huis aan de overkant van de straat.
    Het is warm en de ramen staan wagenwijd open. De wind laat de vitrages zachtjes heen en weer wiegen. Bijna slaapverwekkend. Misschien dat de atmosfeer de herinneringen van de man stimuleren. Hij lijkt zich in ieder geval niet echt bewust van zijn omgeving.
    'Alles hadden ze kapot gemaakt. Echt alles,' vervolgt hij nadenkend.
    'Ik weet nog dat wij in de tuin speelden voor de oorlog. Ik woonde er niet, hoor,' haast hij zich te zeggen. Een verontschuldigend lachje volgt. 'Er woonde niet eens een vriendje van me. We speelden er gewoon. Achter de tuin begonnen de kersenboomgaarden. Die bomen droegen heerlijke vruchten, al waren ze niet van ons natuurlijk.' Zijn blik wordt ondeugend nu. 'Maar ja, zeg maar eens tegen kinderen dat ze geen kersen mogen plukken.'
    Zijn schaterlach vult de wachtkamer.
    'Toen kwamen de Duitsers. En alles werd kapot gemaakt.' Verbittering sluipt plotseling zijn stem in.
    'Er verdwenen mensen in die tijd. Niet veel hoor,' haast hij zich. 'Ik denk dat de meeste Joden in de stad woonden. Hier waren de onderduikadressen. Veilig op het platte land. Veilig ja... Huh...'
    Verontschuldigend kijkt hij me aan.
    'Verveel ik je?'
    Ik schud mijn hoofd. 'Weet u er nog veel van?' moedig ik hem aan.
    Oudste is ondertussen op mijn schoot geklommen en hangt tegen me aan met zijn duim in zijn mond.
    De blik van de man dwaalt even af naar de krullenbol van oudste en olijk knipoogt naar hem.
    'De herinneringen van deze man zijn misschien oud maar nog steeds helder!' grapt hij.
    Zijn ogen dwalen weer af naar het pand. 'Als dat huis eens kon praten...' mompelt hij.
    Dan gaat de deur van de wachtkamer open. 'Oudste?' De huisarts knikt ons vriendelijk toe.
    Ik sta op en pak de hand van oudste. Ik vind het bijna jammer dat ik niet méér te horen krijg van deze oude baas. Als ik bij de deur ben draai ik me nog even om. 'Dank u wel voor het verhaal,’ zeg ik.
    Verrast kijkt hij me aan. 'Vertel het maar door,' antwoord hij. 'Oorlog, angst en verdrukking is iets verschrikkelijks. Laat je nooit wijsmaken dat het ook iets romantisch had.'
    Bij deze dus.